Barbara van der Veer
Moeder en echtgenote, sportieveling en buitenmens, oncologisch fysiotherapeut en huisartsondersteuner. Barbara van der Veer is het allemaal, maar wie eenmaal met haar in gesprek raakt, merkt al snel dat er in al die rollen één ding centraal staat: een hoge mate van betrokkenheid. Waar komt die betrokkenheid vandaan en wanneer gaat ze aan het eind van de dag met een voldaan gevoel naar huis? We stelden haar 5 vragen om daarachter te komen.
Barbara, jij komt uit de polder, hoe ben je in Losser beland?
“Al van kinds af aan wilde ik in de zorg. Ik heb veel ziekte binnen mijn familie en gezin meegemaakt. Hierdoor weet ik hoe waardevol goede zorg kan zijn. Mijn studie fysiotherapie bracht me vervolgens naar Enschede. Na mijn Master Oncologie Fysiotherapie ben ik bij huisartsenpraktijk Boermans terecht gekomen. Hier verzorgde ik de oncologische zorg. Door mijn achtergrond als fysiotherapeut zag ik ook veel bewegingsgerelateerde consulten. Ter uitbreiding hierop ben ik de opleiding tot Spreekuur ondersteunend huisarts (SOH) gaan doen. Bij de Slöttel heb ik spreekuur met een mooie combinatie van oncologische begeleiding en SOH-er.”
Wat is de charme van werken in een dorpspraktijk?
“Dat is het laagdrempelige contact: wij kennen de mensen, weten wat er speelt en zij weten ons te vinden. Zeker op oncologisch gebied is dat persoonlijke contact – iets wat vanzelf ontstaat in een dorp – heel waardevol. Ik mag en kan dicht bij de mensen staan in een moeilijke fase in hun leven. Ik wil goed naar hen luisteren zodat ik mijn zorg daarop kan aanpassen. Het dorpse karakter van de praktijk helpt daarbij.”
Wat maakt De Slöttel voor jou een fijne plek om te werken?
“Ze kijken hier goed naar waar je kracht ligt en creëren dan (zoveel mogelijk) een functie waarin dat tot uiting komt. De gelijkwaardigheid op de werkvloer vind ik een tweede pluspunt. Je hebt elkaar nodig om goede zorg te leveren; dat zie je terug in het feit dat hier geen hiërarchie is. Er is waardering voor iedereen en dat wordt regelmatig uitgesproken. In de vorm van complimenten, maar ook in kleine attenties, zoals een bon van Van der Poel in de zomer of een aardigheidje met Sinterklaas. En last but not least: ik voel me enorm aangetrokken tot het toekomstbeeld waar we naartoe werken: een gezondheidscentrum met alle zorg onder één dak.”
Hoe combineer je aandacht voor de patiënt met de snelheid van een spreekuur?
“Snelheid is niet belangrijk als het gaat om oncologische trajecten. Als huisarts reken je inderdaad een kwartier voor een consult, dus je moet wel iets afbakenen, maar aandacht geven gaat voor. Aandacht hoeft ook niet altijd veel tijd te kosten. Dat kan ook in de vorm van een telefoontje om te vragen: ‘Hoe ging je chemo vandaag?’ Mijn functie leent zich hier gelukkig ook voor.”
Wanneer ga jij aan het eind van de werkdag voldaan naar huis?
“Als ik al mijn consulten goed heb kunnen afsluiten. Daarmee bedoel ik dat ik de juiste zorg heb kunnen leveren. Een voorbeeld? Als mensen thuiskomen na een slechtnieuwsgesprek in het ziekenhuis, dan plan ik graag direct daarna een eerste huisbezoek in om na te praten, te luisteren en eventueel te verduidelijken. Zo’n gesprek duurt soms wel een uur. Dat is veel meer dan het reguliere kwartier en het zegt veel over het management dat die ruimte en flexibiliteit hier is. Het is dankbaar werk dat me veel voldoening geeft en waarvoor ik dus vanuit De Slöttel alle ondersteuning krijg.”